Op deze pagina ga ik uitleggen hoe ik glasweefselbehang plak.
Materiaal en voorbereiding
Advies gereedschap: emmers met deksel 10+ liter, mixstaaf, boormachine, radiator kwast, grote verfrollers + verfbakken, potlood, scherp snijmesje (breekmesje), behangspatel, nadenroller, behangtafel, waterpas, injectienaald, rolmaat.
Advies materiaal: pakjes behangplaksel voor zwaar behang (poeder), vuilniszakken of afdekfolie, (oude) witte latexverf, glasweefselbehang en water.
Voordat je kan gaan plakken kun je het beste de muur vlak en kaal maken. Oude lagen verf zijn niet zo erg, maar behang kan je er beter afhalen voordat er een nieuwe laag op komt. Tijdens deze uitleg ga ik er verder dan ook vanuit uit dat de muur vrij is van behang en dat alle gaten gedicht zijn en dat de muur vlak is. Ontdoe de muur zoveel mogelijk van alle stopcontacten, lampenknoppen en andere belemmerende zaken op de muur.
De verschillen tussen glasweefselbehang en gewoon (papieren) behang
In tegenstelling tot gewoon behang, plak je de plaksel voor glasweefselbehang tegen de muur in plaats van de banen behang. Ook plak je de banen niet over elkaar heen, maar tegen elkaar aan. Verder heeft glasweefsel het voordeel dat het reparerend werkt (voor bijvoorbeeld lichte scheuren in de muur) en dat mislukte stukjes makkelijk repareerbaar zijn. Zelf zou ik nooit meer gewoon behang gebruiken omdat glasweefsel veel makkelijker is in gebruik en meer functionaliteit heeft. Ook is het een stuk sterker en mocht je onverhoopt een baan verkeerd geplakt hebben, dan is het sterk genoeg om weer los te trekken en weer strak terug te plakken zonder vervormingen of scheuren. Last but not least, glasweefsel wordt standaard verkocht op rollen van 100cm breed, waardoor je snel meters kan maken.
Er zijn ook een aantal nadelen ten opzichte van gewoon behang. Gewoon behang hoeft niet meer geschilderd te worden na het plakken en glasweefsel wel. Verder is het lastiger om van de muur af te krijgen mocht het er ooit af moeten.
Voorstrijk mengen en aanbrengen
Minimaal een dag voordat je kan gaan voorstrijken, moet je de voorstrijk mixen. Voorstrijk smeer je op de muur om ervoor te zorgen dat het behang blijft plakken aan de muur. Vooral muren met een ‘zuigende’ ondergrond moeten in de voorstrijk gezet worden. Een zuigende muur neemt veel vocht op, dus als je hier behangplaksel op zou smeren dat trekt het de muur in en zou er eventueel te weinig overblijven om het behang vast te houden. Dan zou het kunnen zijn dat (na een paar weken) het behang weer van de muur valt.
Om te testen of een muur zuigend is kan je een simpele test uitvoeren. Maak de muur nat door een natte spons tegen de muur aan te drukken of met een plantenspuit tegen de muur aan te spuiten en te kijken of er een zichtbare plek ontstaat. Zo ja, dan neemt de muur (te veel) vocht op. Dan is het verstandig om voorstrijk te smeren.
Mijn mix voor voorstrijk is erg makkelijk en goedkoop. Ik neem één pakje behangplaksel, negen liter water en één liter witte latexverf en deze mix ik goed met een mengstaaf op de boormachine. Hiervoor doe ik eerst de latex en het water in een afsluitbare emmer, dan begin ik met mengen en daarna strooi ik de poeder uit over het mengsel. Het kan zijn dat je ondanks het vele mengen nog klontjes krijgt, maar als je de volgende dag nog een keer mengt, dan zijn deze verdwenen. Ook zul je zien dat het mengsel wat stijver is geworden. De reden dat ik witte latex door mijn mengsel doe is omdat ik als eerste begon te behangen op kale grijze betonnen muren. Door witte latex te gebruiken zorg je ervoor dat de muur langzaam witter begint te worden, zodat je minder verf hoeft te gebruiken na het behangen. De latexverf die ik gebruikte was over van een ander project. Je kan ook gewoon goedkope witte latexverf kopen. Aangezien het gemengd wordt met het plaksel maakt de kwaliteit van de latexverf niet zoveel uit voor dit mengsel. Heb je al witte muren, dan kan je de witte latex ook vervangen voor nog een liter water in het mengsel en dan krijg je een (zwak) plaksel.
Een dag na het mengen kan je het op de muren aanbrengen met gewone (grote) verfrollers. Als je een sterk zuigende muur hebt, bespaar dan niet op deze stap en doe een tweede laag. De voorstrijk is goedkoop en kan een hoop problemen voorkomen. Bij twijfel na de tweede laag, doe nog een laag. Als je ondanks alle voorzorg om klontjes te voorkomen toch klontjes op de muur krijgt, haal deze dan gelijk weg, anders krijg je mogelijk bultjes onder je behang.
Plaksel mengen
Net als de voorstrijk kan je het plaksel beter minimaal één dag van tevoren mengen. Ik gebruik per tien liter water drie pakjes behangplaksel voor zwaar behang (poeder). Weer hetzelfde als bij de voorstrijk, doe ik eerst het water in de emmer en begin ik met mengen, daarna strooi ik de poeder uit over het water. Drie pakjes op tien liter water is een sterk plaksel en dit is ook nodig voor glasweefsel. Het mixen van de eerste twee pakjes gaat relatief makkelijk, maar bij het derde pakje zal je veel weerstand krijgen, dus daarom raad ik echt een boormachine met mengstaaf of een mix-apparaat aan. Als je het mengsel maakt met een boormachine/mixer, dan hoef je eigenlijk maar één dag van tevoren de mix te maken.

Als je echt geen apparaat hebt/kunt krijgen, roer dan zo goed mogelijk tot alle klonten eruit zijn. Als je er een extra dag wacht en mengt zul je merken dat de meeste klonten vanzelf oplossen en alleen een beetje extra roeren behoeven.
Behangbanen klaarmaken
Zodra je het plaksel klaar hebt kan je behangrollen klaarmaken. Deze stap kan je ook overslaan als je liever de rollen op maat maakt zodra je er aan toe bent. Liever zet ik alle rollen al klaar zodat ik weet hoeveel ik gebruiken ga en of ik voldoende behang heb gekocht. Meet de hoogte van de te plakken muur, ik kwam uit op 260 cm. Voordat ik ga snijden zet ik de behangtafel klaar en zet ik een streepje op de tafel op 1 meter vanaf de lange zijde. Vervolgens pak ik een liniaal of waterpas en trek ik die lijn door op de tafel zodat ik vanaf de lange zijde van de tafel een loodrechte lijn van 100 cm op de tafel heb. Dit doe ik ook op 70 cm.

Deze lijnen gebruik ik vervolgens om de banen op maat te maken. eerst leg ik de volle rol op tafel en rol een stukje af. Het begin schuif ik naar de rand van de tafel en rol de rol verder af tot de 100 cm streep. Daar zet ik een streepje op het behang en vervolgens schuif ik dit streepje naar de rand van de tafel. Weer rol ik de rol af tot de 100 cm lijn en zet een streepje op de volgende 100 cm van de rol. Vervolgens schuif ik dit streepje naar de rand van de tafel en rol ik als laatste de rol af tot de 70 cm lijn. hier zet ik een streepje. Dit streepje staat op 270 cm afstand van het begin. Dat is de hoogte van de muur plus twee keer 5 cm. Deze afstand teken ik af met een aantal extra streepjes op horizontale lijn van de rol en deze snijd ik af.











Plakken
Als je de voorstrijk op de muur hebt en deze is goed gedroogd, dan is het tijd om te gaan plakken. Als je voor het eerst plakt, zoek dan een muur uit waar weinig naar gekeken wordt. Zo heb ik als eerste de achterwand van de keuken gedaan en de entree van mijn woning. Doordat ik geen uitlegpost had om op terug te vallen en van verschillende bronnen van het internet al mijn informatie moest halen heb ik in het begin een aantal dingen fout gedaan. Door deze fouten te delen hoop ik erop dat jij als lezer deze fouten niet gaat maken. De eerste fout die ik maakte was te weinig plaksel op de muur smeren. Wees niet te bang om veel op de muur te smeren. Als je te veel smeert, dan kan je dit wegvegen met je behangspatel. Mocht het toch nog gebeuren dat je op sommige plekken te weinig hebt gesmeerd, dan heb ik later in deze how-to nog een tip.
Onthoud dat de eerste baan het belangrijkste is van de hele muur. Deze moet goed geplakt worden anders krijg je problemen op de rest van de muur. De eerste baan moet loodrecht geplakt worden. Ga als volgt te werk: begin in een makkelijke hoek zonder al te veel moeilijkheden zoals stopcontacten en plekken waar geen behang geplakt moet worden. Pak je rolmaat en zet een verticaal streepje op 95cm vanuit de hoek op het midden van de muur (in de foto 55cm). Pak vervolgens je waterpas en zet zorgvuldig een lichte potloodstreep loodrecht over je aangebrachte streepje zodat er een loodrechte lijn ontstaat van het plafond tot aan de grond. Tegen deze deze lijn ga je de eerste baan plakken. Een standaard rol glasweefsel is 100 cm breed en door vijf cm uit de hoek te beginnen zorg je ervoor dat een eventuele scheve hoek (lees niet waterpas) er niet voor zorgt dat je baan schuin loopt.
Smeer met een (radiator)kwast alle randen van het te beplakken gedeelte in en smeer voldoende plaksel op de muur met een roller. Smeer net iets verder dan de potloodlijn zodat je zeker weet dat overal achter het behang plaksel zit. Pak nu de klaargemaakte rol en ga op een keukentrapje of huishoudladder staan. Laat de rol vanaf het plafond uitrollen. Plak vervolgens de baan tegen de lijm aan en druk de behangbaan tegen de potloodlijn aan. Plak de rand tegen de potloodlijn met de behangspatel tegen de muur. Zodra deze goed vast zit, strijk dan de horizontaal het midden vast vanaf de potloodlijn. Je hebt als het goed is nu twee rechthoeken die ongeplakt zijn. Je kan nu vanuit de geplakte hoeken de rest van de baan diagonaal vastplakken. Bij het vastplakken kan je denken aan een halve Union Jack vlag (Vlag van het Verenigd Koninkrijk) bij het strijken met de behangspatel. Eerst van boven naar beneden, daarna horizontaal en daarna twee keer diagonaal. Daarna kan je alles afstrijken. Deze methode gebruik ik om ervoor te zorgen dat er geen lucht achter het behang blijft en geen vouwen erop.












De overlap op de andere muur wordt afgesneden om ervoor te zorgen dat de hoek klaar is om gekit te worden. Het afsnijden van het geplakte behang doe ik met een klein breekmesje uit de losse hand. Als je dit te spannend vind en bang bent om fout te snijden kan je ook de behangspatel in de hoek drukken en deze gebruiken als afsnijdgids.


Nu de eerste baan behang hangt, kan de volgende geplakt worden. Smeer iets meer dan een meter breed plaksel op de muur en druk de volgende baan tegen de de eerdere baan aan. Weer op dezelfde wijze als bij de eerste baan, behalve dat je nu geen overlap hebt. Het enige waar je een beetje rekening mee moet houden is de uitlijning van de volgende banen. Als je op ooghoogte staat, dan is het wel zo mooi dat de vezels van de nieuwe baan aansluiten op de vorige baan, zodat je zo min mogelijk ziet dat het losse banen zijn.





Na het afstrijken met de behangspatel en het afsnijden van de bovenste en onderste rand, is er nog een ding dat je moet doen voordat je aan de volgende baan begint. Smeer met de radiatorkwast over de naad heen tussen de twee banen behang en ga hier vervolgens met een stevige druk overheen met de nadenroller. Hierdoor wordt de naad nog minder zichtbaar en dit zal het eindresultaat verbeteren.

In deze baan behang zit een stopcontact. Zoals je kunt zien in de foto’s heb ik (na het uitschakelen van de spanning) het stopcontact verwijderd en heb ik over het contact heen geplakt. Als de baan goed geplakt is, kan je het stopcontact uitsnijden.

Op deze wijze ben ik doorgegaan tot het laatste stuk van de muur, waar radiatorbuizen over de muur liepen. Dit zijn de ‘lastige’ stukken, maar als je weet hoe je moet werken valt het reuze mee. Begin te plakken van de baan aan de vorige baan zoals hierboven uitgelegd. Smeer royaal plaksel met de radiatorkwast achter alle obstakels langs en alle hoeken. Smeer dan de rest in met de roller zoals je eerder ook gedaan hebt. Plak de baan vast aan de muur tot het obstakel begint. In dit geval is dat de beugel die de radiatorbuizen vasthoudt tegen de muur. Druk het behang zover mogelijk tegen het obstakel aan en markeer dit punt. Vanaf dit punt ga je namelijk horizontaal de baan insnijden tot aan het einde van de baan. Hierdoor kan je de bovenhelft over het obstakel heen drukken en de onderste helft eronder. Heb je meerdere obstakels of hele brede, dan zul je meerdere insneden moeten maken. Zodra je insneden hebt gemaakt kan je het behang achter het obstakel langs duwen, in mijn geval dus de radiatorbuizen. Wees niet te bang met het behang ergens achterlangs duwen en/of trekken. Glasweefsel is erg sterk en zal niet snel scheuren dus er mag gepaste kracht bij gebruikt worden. Ik gebruik hier de behangspatel voor tot er een puntje van het behang achter de buizen vandaan komt en ik deze kan vastpakken en verder kan trekken. Maar duw niet met de punt van de spatel, want dan kan je vezels beschadigen of er een opening in duwen door de vezels te verplaatsen.












Zodra de baan achter de buizen/het obstakel tegen de muur aangeplakt zit, kan je de randen gaan afsnijden, voordat je verder rondom het obstakel gaat snijden. Door de baan eerst te plakken en op maat te maken kan je daarna beter inschatten wat je wel en niet moet wegsnijden rondom het obstakel. Wees ook niet te bang om ergens te ver in te snijden. Als je ergens snijdt en je bent te ver doorgegaan, dan plak je deze twee helften weer terug en je zult er weinig tot niks van zien in het eindresultaat.








Tekst


















Tekst
